|
Gotiek in de literatuur
Gotieke verschijningen in hedendaagse Nederlandse literatuur (1975-2000)
Agnes Andeweg (e-mail)
Universiteit Maastricht
Centrum voor Gender en Diversiteit
De kortste manier om de probleemstelling van dit onderzoek samen te vatten is met de vraag: wat doet het gotieke in hedendaagse Nederlandse literatuur? Dat is ten eerste een vraag naar het effect van het gotieke, een vraag naar het culturele werk dat in die romans verricht wordt, om de term van Jane Tompkins te gebruiken. Het is ten tweede een vraag naar mogelijke redenen voor het verschijnen van gotieke elementen in Nederlandse romans aan het eind van de twintigste eeuw; en daarmee is het een vraag naar verbanden met de historische en maatschappelijke context waarin de onderzochte romans verschijnen. Op deze beide vragen probeert dit onderzoek een antwoord te geven.
De gotieke roman, of griezelroman, een literair genre waarvan het ontstaan gewoonlijk eind achttiende eeuw wordt gedateerd, wordt gekenmerkt door een setting op de rand van de beschaving, bovennatuurlijke verschijningen, seksuele excessen (incest, verkrachting) en/of geweld. Met andere woorden, de gotieke roman is op allerlei manieren extreem in zijn verbeelding van conflicten. De Britse gothic novel is zowel gelezen als een verwerking van de Verlichting, de veranderingen die de Agrarische Revolutie met zich meebracht, alsmede de angst voor moderne wetenschap of al te vrije seksualiteit. Gothic is niet zozeer een verbeelding van de schaduwzijden van de Verlichting, alswel van de ambivalenties die gepaard gaan met processen van modernisering in de breedste zin van het woord – dat betekent dat er zowel nostalgie als vooruitgangsgeloof, zowel behoudzucht als verlangen naar vernieuwing te vinden is in gotieke romans.
Het gotieke is een hardnekkige culturele strategie gebleken, die tegenwoordig niet alleen in literatuur te vinden is, maar ook in popmuziek, games, films en subcultuur. Dit onderzoek focust op verschijningen van het gotieke in Nederlandse literatuur. In dit onderzoek analyseer ik de werking van het gotieke in moderne Nederlandse romans (1975-2000). Het werk van Vonne van der Meer (De avondboot), Manon Uphoff (De bastaard), Hella Haasse (Fenrir), Willem Brakman (Glubkes oordeel), Renate Dorrestein (Noorderzon), Thomas Rosenboom (Vriend van verdienste), Frans Kellendonk (Letter en geest, een spookverhaal) en Gerard Reve (De vierde man) is onderwerp van onderzoek. Hun werk bevat onmiskenbaar gotieke elementen, in de vorm van een typisch gotieke setting, intertekstuele verwijzingen naar klassieke gothic novels of aan het genre ontleende karakteristieken als spookverschijningen, geheime kamertjes of gruwelijke gebeurtenissen. Wat voor spanningen worden er verbeeld in deze hedendaagse romans, en hoe kunnen we deze fictionele representaties verbinden met de maatschappelijke context van laat-twintigste-eeuws Nederland?
Het beginpunt van dit onderzoek ligt in de jaren zeventig, een periode waarin veel culturele conventies ondermijnd leken te worden, onder invloed van de seksuele revolutie, de tweede feministische golf en democratiseringsbeweging (Costera Meijer 1996, Ribberink 1998). Opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid begonnen wezenlijk te veranderen, de verzuilde Nederlandse samenleving verdween en de individualisering nam toe. Daarom is de periode tussen 1975 en 2000 zeer geschikt en interessant om gotieke verbeeldingen in literair proza te onderzoeken. Wat waren de schaduwkanten van al die veranderingen en (hoe) worden die verbeeld in de romans uit die tijd? Bleven er eigenlijk nog taboes over nadat er op zoveel terreinen emancipatie, bevrijding en democratisering had plaatsgevonden? Kortom welke betekenissen vallen er toe te kennen aan (het verschijnen van) gotieke elementen in romans uit die periode?
© Genderdiversiteit, 2007-2010 -- Hosting & design: De Bebouwde Kom