|
De dwang tot genieten
Articulaties van de ‘donkere’ kanten van ouderschap in Nederlandse literaire fictie van 1980 tot heden
Josje Weusten (e-mail)
Universiteit Maastricht
Centrum voor Gender en Diversiteit
Dit onderzoek betreft een contextuele analyse van de representaties van de schaduwzijden van ouderschap in Nederlandse literaire fictie sinds 1980.
Het vertrekpunt van dit onderzoek is de observatie dat ouderschap in Nederland sinds 1980 frequent wordt gerepresenteerd als een plezierige en individueel bevredigende ervaring (zie ondermeer Wubs, 20041). Dit ideaal van genieten is bovendien een blanke, middenklasse norm. De oorsprong van deze norm rond ouderschap moet worden getraceerd in een aantal maatschappelijke ontwikkelingen waaronder de introductie van de pil in de jaren zestig, de tweede feministische golf in de jaren zeventig, transformaties in de intieme sfeer, demografische verschuivingen en een toenemende nadruk op individuele keuzevrijheid in de politiek en samenleving als geheel in de jaren tachtig. Het idee dat ouderschap een individuele en vrije keuze is, wordt door het samenspel van deze ontwikkelingen vanaf de jaren tachtig gemeengoed. In deze context moeten ouders zich gaan verantwoorden voor hun keuze. Waarom kinderen krijgen, als ze niet langer meer het onvermijdelijke gevolg zijn van seks en ze bovendien (voornamelijk aan vrouwen) inkomen kosten, omdat je door hen in Nederland niet meer vanzelfsprekend fulltime werkt? Kinderen moeten dan een toegevoegde waarde in zichzelf hebben: ze zijn simpelweg leuk! Het beeld van het bewust gekozen en geplande ouderschap, dat genieten impliceert, wordt in dit onderzoek opgevat als een maatschappelijk vertoog. Dit vertoog krijgt vorm in tal van media, velerlei soorten van reclame, in consumptie en de inrichting van het huiselijke leven, in gezondheidszorg, opvoedingsadvies, in vrijetijdscultuur en in de wijze waarop mensen spreken over het ‘nemen’ en hebben van kinderen. Dit vertoog werkt normerend.
Niettemin worden de donkere kanten van ouderschap tegelijkertijd op verschillende plekken uitbundig gearticuleerd. Literaire fictie is een van die plekken. Deze tegenstelling levert een interessant spanningsveld op en roept de vraag op hoe de donkere kanten van het krijgen en hebben van kinderen in literaire fictie worden gerepresenteerd en hoe deze de behoorlijk dominante norm van genieten verhouden. Het belangrijkste doel van dit onderzoek is dus om te ontrafelen op welke manieren de minder plezierige aspecten van ouderschap worden gearticuleerd in literaire fictie en hoe deze zich verhouden tot het bewust-ouderschap-is-genieten-vertoog. Hiertoe maak ik 1) een analyse van het vertoog van genieten rondom ouderschap 2) breng ik het veld van literaire articulaties van ouderschap en de donkere kanten hiervan in Nederland in kaart met behulp van databaseanalyses 3) maak ik een contextuele analyse van een selectie van literaire werken waarin de donkere kanten worden gerepresenteerd.
De centrale onderzoeksvragen luiden dus als volgt:
- Wat zijn de belangrijkste kenmerken van het normatieve vertoog over bewust, succesvol en gelukkig ouderschap? Waar circuleert dit vertoog? Wat zijn de wortels van dit vertoog en hoe heeft het zich ontwikkeld?
- Hoe worden de donkere kanten van ouderschap gearticuleerd in Nederlandse literaire fictie sinds 1980?
- Hoe verhouden deze articulaties zich tot elkaar en tot het normatieve vertoog over bewust, succesvol en gelukkig ouderschap?
Methodologie
Het onderzoek heeft een sterk interdisciplinaire inslag en vergt gezien de centrale onderzoeksvragen een combinatie van een meer sociologische discoursanalyse en literaire analyses. Daarom maak ik gebruik van methodes uit verschillende disciplines en probeer deze op een vruchtbare manier te combineren. Ik maak onder andere gebruik van discours analyse, semiotiek, intertekstuele analyse en retorische analyse.
Dit onderzoek zal steeds gericht zijn op relevante diversiteit, op de rol die gender, klasse, seksualiteit en etniciteit (en eventueel leeftijd) spelen in de constructie van beelden van ouderschap in literaire fictie en het vertoog van genieten. De variabelen gender, klasse, seksualiteit en etniciteit zullen centrale analysecategorieën in dit onderzoek zijn. De logica van in- en uitsluitingen die vertogen reguleert, wordt vaak bepaald door het niet of onvoldoende waarnemen van diversiteit in klasse, gender, seksualiteit en etniciteit. Maatschappelijke en medisch-psychologische vertogen beperken zich niet zelden tot het middenklassenperspectief, tot moederschap, ze veronderstellen ‘natuurlijke’ heteroseksualiteit waardoor homoseksuele ouders onzichtbaar worden en/of ze veronderstellen witheid. Daarnaast wordt er vaak onvoldoende aandacht besteed aan gender in die zin dat moederschap en vaderschap bijna volledig losstaand van elkaar worden bestudeerd, terwijl het vruchtbaarder zou zijn te onderzoeken hoe deze elkaar voortdurend constitueren.
© J.L. Weusten, Oktober 17, 2007.
1Wubs, J. M. (2004). Luisteren naar deskundigen. Opvoedingsadvies aan Nederlandse ouders 1945-1999. Assen: Van Gorcum
© Genderdiversiteit, 2007-2010 -- Hosting & design: De Bebouwde Kom